WorkshopsHotel Resort Krim

Description

  • Client
    Greenlandia ltd.
  • Team
    Theo Hauben
  • In samwerking met
    Zotov & Co (UA), Ryntovt Urii (UA), Maxwan (NL)
  • Lokatie
    Dvuyakornaya bay, Krim, Oekraine
  • Area
    1000000 m2
  • Date
    2007-04-05
  • Website

Ontwikkeling van een strategie voor een vakantiepark nabij Ordzhonikidze, Oekraïne (Krim). Het resort moet worden ingepast in de bijzondere landschappelijk omgeving.

OntwerpenOost West Son Best

Description

Verkenning gebiedsontwikkelingen Nieuwe Woud

  • Program
    Woonmileus en landschapontwikkeling
  • Client
    Samenwerkingsverband Regio Einhoven
  • Team
    Bas Driessen
    Bruno Evers
    Marco Vermeulen
    Theo Hauben
  • In samwerking met
    -Scape
  • Lokatie
    Best, Son en Breugel
  • Area
    14430000 m2
  • Date
    2006-11-07

De sleutel tot de inrichting van het gebied tussen Best en Son en Breugel ligt in een uitgebalanceerde afstemming en vervlechting van rood en groen. In zekere zin biedt de ruimtelijke opbouw en het gedifferentieerde gebruik van het Groene Woud hiertoe inspiratie. Het Frankisch erfsysteem en decennia van ruilverkaveling hebben hier geleid tot een uiterst gefragmenteerd kamer- en coulissenandschap. Samen vormen deze bosfragmenten een meer gesloten, interieur landschap, waarin oneindig veel kleinere ruimtes zich schuilhouden. Het Groene Woud manifesteert zich als een uitgestrekt en complex landschappelijk bouwwerk, waarvan de wanden door bomen worden gevormd. Met deze bomen is in de loop der tijd een indrukwekkende architectuur van buitenruimtes ontstaan: kamers, gangen en nissen in alle soorten en maten wisselen elkaar af. Het is een landschap dat kan groeien door verfijning en inbreiding zonder uit te dijen.

Een strategische gebiedsontwikkeling biedt een goede kans om tussen Besten en Son en Breugel een woonmilieu te cre�ren dat complementair is aan het reeds aanwezige aanbod van het omringend stedelijk gebied. Er is een grote behoefte in de regio aan meer (goed bereikbare) landelijke en groene woonmilieus, waarbij een integrale aanpak waarin de woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsontwikkeling het mogelijk maakt om dit woonideaal in het Nieuwe Woud te realiseren.

Hoe dit er uit zou kunnen zien tonen we in drie ruimtelijke scenario�s voor het gebied, waarbij het eerste secanrio, Steppings Stones, woningbouw en landschapsontwikkeling hand in hand gaan in de meest directe vorm en worden bewoners 1:1 in contact gebracht met een groene woonomgeving. Ontwikkelingen vinden plaats op basis van beschikbaarheid van grond. Daar waar woningen worden gebouwd, wordt ook aan het landschap gebouwd. Dit kan worden bewerkstelligd door de instelling van een elementaire spelregel: de helft (of een andere verhouding) van de te ontwikkelen grond dient te worden beplant met bomen. De andere helft biedt ruimte aan bebouwing en kan worden ingericht als tuin en parkeergelegenheid.

In het tweede scenario, raamwerk worden langs alle bestaande en nieuw aan te leggen wegen bomen geplant. De mate van importantie van een weg in de ontsluitingshi�rarchie is daarbij bepalend voor het aantal rijen bomen. Zo zullen de hoofdontsluitingswegen worden begeleid door een dichte strook bomen, terwijl de buurtstraten �slechts� beplant zijn met minimaal een rij bomen aan weerszijden van de straat. Op deze wijze wordt er in de loop der tijd een heldere, krachtige landschappelijke drager gerealiseerd die het gebied in kamers verdeeld. De boomstroken fungeren daarbij in feite als coulissen of kamerschermen, waardoor de aard van de invulling van kamer tot kamer kan verschillen. Er zal daarmee een aantrekkelijke diversiteit en afwisseling ontstaan tussen �woonkamers� en kamers die een agrarische bestemming behouden. Ook de woningdichtheid en het type woning kunnen per kamer sterk verschillen.

Het laatste scenario, gehuchten, vertrekt bij de gedachte dat een aantrekkelijke woonomgeving een bepaalde maximale maat kent. Het wonen in (goed bereikbare) dorpen en gehuchten is juist voor de stedeling een goed alternatief voor de aaneengesloten, anonieme huizenzee van de stad. In een gehucht van maximaal zo�n tweehonderd huizen bestaat de mogelijkheid om elkaar bijna allemaal (van gezicht) te kennen en te groeten. Het is daarbij belangrijk dat deze woonomgeving een ruimtelijke begrenzing kent en afstand heeft tot andere gehuchten. Het grootschalige woonprogramma wordt hiertoe verdeeld over een twintigtal kleinere eenheden. Deze �gehuchten� worden zover mogelijk van elkaar gerealiseerd. Het tussenliggende gebied behoudt zijn agrarische bestemming. De gehuchten hoeven niet gelijktijdig, maar kunnen achtereenvolgens worden ontwikkeld. Binnen een gehucht is in principe (bewust) geen ruimte voor groei. Ieder gehucht heeft zijn eigen identiteit die gebaseerd is op een bepaald woonmilieu en woningtypologie.

OntwerpenWaterpleinen

Description

Introductie van een type

  • Program
    Hemelwaterberging
  • Client
    Initiatief Urban Affairs en -Scape, gefinancierd door het Stimuleringsfonds voor de Architectuur
  • Team
    Marco Vermeulen
    Theo Hauben
    Bas Driessen
    Bruno Evers
  • In samwerking met
    VHP, Gemeente Rotterdam (Gemeentewerken, dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting, Ontwikkelingsbedrijf), Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard
  • Lokatie
    Rotterdam
  • Area
    411000 m2
  • Date
    2006-10-08

Nederland heeft een traditie in het ondergronds afvoeren van hemelwater via een uitgebreid rioolstelsel. Nederlandse steden hebben ondanks een aantal beeldbepalende singels, relatief weinig oppervlaktewater waar de regen kan worden vastgehouden. En het rioolstelsel kan het hemelwater nu al met moeite verwerken als het hard regent. De komende decennia zal het niet alleen vaker regenen, de buien zelf zijn ook heviger. Deze hevige piekbuien leveren in het dichtbevolkte stedelijk gebied een probleem op: het regenwater kan niet weg door te veel verharde ruimte. Als het rioleringssysteem dan overbelast raakt stromen de straten over. Deze overlast leidt tot hinder en schade. Hinderlijk zijn grote plassen op straat, waardoor voetgangers hun voeten niet droog houden als ze door de stad willen gaan. Schade zijn de ondergelopen kelders en souterrains van woningen, winkels en horeca. Daarvoor introduceren we een nieuw type hemelwaterberging: het waterplein.

Om piekbuien (tijdelijk) op te kunnen vangen worden plaatsen in de openbare ruimte zo ingericht, dat zij gecontroleerd kunnen overstromen. Deze plaatsen noemen we waterpleinen. Geen plein in de klassieke betekenis van het woord, maar een plein als een centrale ruimte in een waterhuishoudkundige opvangeenheid, een verzamelbassin. In dit bassin wordt regenwater verzameld en vastgehouden. Vanuit dit bassin kan het of langzaam worden afgegeven aan het grondwater (infiltratie) of alsnog op een later tijdstip worden afgevoerd via de bestaande riolering. Het waterplein staat het overgrote deel van de tijd droog en is dan in gebruik als iedere andere openbare ruimte in de stad. Na een hevige regenbui wisselt het waterplein van gedaante en gebruik. Dit betekent dat er bij het ontwerp van een waterplein veel aandacht is voor het gebruik en de verblijfswaarde in droge toestand. De elementen die noodzakelijk zijn voor de waterberging worden zo veel mogelijk ingezet om een aantrekkelijke verblijfsplek te maken.

OntwerpenPark aan de Linge

Description

Cultuurhistorisch recreatielandschap

  • Program
    Park met waterberging, ontspanningsvoorzieningen
  • Client
    Stimuleringsfonds voor Architectuur, Bureau Venhuizen
  • Team
    Theo Hauben
    Marco Vermeulen
  • In samwerking met
    -Scape
  • Lokatie
    Arnhem Nijmegen (KAN)
  • Area
    12500000 m2
  • Date
    2005-12-14

Het gebied tussen de steden Arnhem en Nijmegen functioneert niet als park en heeft ook nauwelijks potentie om als 'traditioneel park' te functioneren. Het is veel eerder een recreatielandschap in wording, een 'doe-landschap.' Om dienst te doen als ontspanningsvoorziening voor de gehele omliggende regio zal er op zoek moeten worden gegaan naar programma dat complementair is aan het aanwezige en flexibele opzet die geleidelijke ontwikkeling in de tijd toelaat.

We hebben gezocht naar de actuele betekenissen die dit gebied vervult en de rol die de Linge hierin kan spelen. Om cultuurhistorie te activeren is het interessant om het Park op te vatten als een verzameling amuletten: plaatsen die verwijzen naar de diepere betekenis die het gebied heeft gehad, gecombineerd met actueel recreatief programma dat aanwezige cultuurhistorie voorziet van nieuwe betekenissen.

Ruimtelijk uitgangspunten in het gebied zijn de hartlijn: de Linge en de waterhuishoudkundige eenheid van de Linge de reikwijdte van het park bepaald. Procesmatig is aanpak gekoppeld aan een reeks van (kleinere) ingrepen, gekoppeld aan een netwerk rond de Linge.
Het ontwerpvoorstel is opgebouwd uit drie lagen die alle voldoen aan de bovengenoemde uitgangspunten. Tezamen 'laden' ze het park aan de Linge op met betekenis en gebruiksmogelijkheden. Ten eerste wordt de bergingopgave, die gekoppeld is aan de waterhuishoudkundige hoofdstructuur de Linge, vormgegeven als een reeks ruimtes met dubbelgebruik: ze dienen altijd ook een ander nut ter versterking van het Park. Als er geen water wordt opgevangen, kan er ook iets anders gebeuren. Ten tweede komen er lusthoven aan de Linge, omheinde tuinen ter verpozing, vermaak en contemplatie met waardevolle archeologie. En ten derde worden reeds aanwezige pareltjes in het gebied opgenomen in een fietsnetwerk. Op een aantal cruciale overgangsmomenten, zowel in fysieke zin als in relatie tot de cultuurhistorie, worden nieuwe monumenten ontworpen. Zoals de grenslijn tijdens de tweede wereldoorlog of de hedendaagse grenslijn, de A325, die geflankeerd wordt door een defensiedijk uit de koude oorlog. Daar waar deze de Linge kruist zou dit moment nadrukkelijk kunnen worden vormgegeven als een attractief punt in het park.

OntwerpenHuisje Boompje Autootje

Description

Catalogus parkeermorfologie

  • Program
    144 woningen, 252 parkeerplaatsen
  • Client
    Wimby
  • Team
    Peter Botz
    Theo Hauben
    Marco Vermeulen
    André van Lelth
    Joep Verheijen
    Mark Schrurs
    Stefan Fremouw
  • Lokatie
    Rotterdam, Hoogvliet
  • Area
    39960 m2
  • Date
    2005-12-01

De alsmaar groeiende parkeerbehoefte heeft een enorme druk gelegd op het openbare ruimte in na-oorlogse wijken en de ideologie waarmee deze wijken zijn ontworpen is hiermee in de verdrukking gekomen. Hoewel de suprematie van de auto in het straatbeeld tot veel ergernis leidt, is niemand bereid om een parkeerplaats zo dicht mogelijk bij het huis op te geven. Nederlanders zijn erg gehecht aan de nabijheid van hun heilige koe die een wezenlijk onderdeel vormt van de moderne Drie-eenheid: Huisje Boompje Autootje. Tegelijkertijd hebben veel Nederlanders een wensbeeld van een verkeersluwe en groene woonstraat. Met andere woorden: iedereen wil de eigen auto voor de deur, maar niemand wil uitkijken op de auto van de buurman. In deze ontwerpstudie wordt de relatie onderzocht tussen parkeren en wonen met als doel deze op gelijkwaardige basis een plaats te geven in het stedenbouwkundig ontwerp. De omvangrijke parkeeropgave binnen de herstructureringsoperatie van Hoogvliet vormt de directe aanleiding voor deze studie. De opgave in Hoogvliet staat niet op zichzelf, maar is exemplarisch voor andere bestaande en nieuwe woningbouwlocaties in Nederland, daar waar de ruimte beperkt is en er geen financiering mogelijk is voor een gebouwde parkeervoorziening.

De studie is opgedeeld in twee delen. In het eerste deel wordt de invloed van de parkeeropgave op het stedenbouwkundig ontwerp verkend. Om dit zo eenduidig mogelijk te kunnen analyseren is gekozen voor modelmatige benadering. Hiertoe is een catalogus samengesteld met 38 stedenbouwkundige modellen voor grondgebonden woonmilieus op eenzelfde, fictieve locatie. Het gebruik van de catalogus hoeft zich niet te beperken tot Hoogvliet. Bij het (her)ontwerp van in principe iedere woonomgeving kan het als referentie fungeren. In het tweede deel vindt de typologische verkenning toepassing op twee concrete woningbouwlocaties in Hoogvliet, de Tarbotstraat en de Vlietzone. De keuze voor bepaalde parkeermodellen is mede ingegeven door de specifieke randvoorwaarden van deze locaties.