2010-10-26Souper #19

img

Elke souper praten wij over stedenbouw en architectuur in Rotterdam, maar wij hebben nog nooit iemand van de dienst Stedenbouw aan tafel gehad. Hier hebben wij gisteren een einde aan gemaakt. Arjen Knoester en Annette Matthiessen waren onze tafelgasten in restaurant Huson . Zij werken beide bij de dS+V van de Gemeente Rotterdam. Wij hebben het gehad over het functioneren van de dienst nu en in het verleden, aanstaande bezuinigingen bij de gemeente, de Coolsingel en Eindhoven - Rotterdam: 10 - 0.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2010-10-19Noodzaak voor echte oplossingen

img

Het centrale thema van de architectuurbiënnale in Venetië is: People meet in architecture. De tentoonstellingen in zowel het Nederlandse als het Belgische paviljoen laten zien dat niet alle gebouwen deze slogan levenslang kunnen waarmaken. Bepaalde gebouwen voldoen op een gegeven moment niet meer aan veranderende programmatische verlangens en terecht moeten wij dan ook nadenken over hergebruik. Maar gaat het bij beide tentoonstellingen wel eigenlijk om het werkelijke probleem van leegstand?

De installatie van landschapsarchitect Ronald Rietveld in Nederlandse paviljoen is prachtig. De 4.000 schaalmodellen van blauw hardschuim laten zien dat in Nederland prachtige kerken, kloosters, molens, ziekenhuizen, boerderijen, watertorens, fabrieken, vliegtuighangars, scholen en vuurtorens leegstaan. Alle maquettes zijn zorgvuldig op spankabels gezet, waardoor een ‘zwevende’ stad is ontstaan. De installatie is misschien zo fantastische omdat alleen inspirerende overheids- en publieke gebouwen worden getoond vanaf de 17e eeuw. Het statement van Rietveld om deze gebouwen tijdelijk te laten gebruiken door jonge beginnende creatieve ondernemers en of vaklieden is goed. Daarbij is het aanstekelijk dat dit nieuwe verbindingen tussen vakgebieden mogelijk maakt en het experiment bevordert. Ik ben echter wel bang dat deze strategie de echte problemen niet oplost. Commerciële kantoorpanden die de laatste dertig jaar zijn gebouwd vallen namelijk buiten de selectie. De leegstand in deze categorie gebouwen is juist het grootste probleem in de vastgoedsector. Op dit moment staat meer dan 7 miljoen vierkante meter commerciële kantoorruimte leeg en vooralsnog heeft niemand hier een oplossing voor.

Van de ongeveer 50 miljoen vierkante meter kantoorruimte in Nederland is een frictie en conjuncturele leegstand van 4 à 5% wenselijk. Deze buffer wordt nu dus ruimschoots overschreden en bij ongewijzigd beleid zal een deze overcapaciteit naar verwachting tot 2020 in stand blijven. De leegstand is niet volledig toe te schrijven aan de huidige crises. Vanaf 2005 is er al een overschot, maar de bouw van nieuwe kantoren ging toen gewoon door. Met aantrekkelijke huurkortingen werden nieuwe kantoren nog altijd afgezet. De overcapaciteit concentreert zich doordoor met name op de bestaande voorraad. Door de crises is de leegstand wel tot een ongekende hoogte gestegen. Als de economie weer aantrekt en de werkgelegenheid weer zal toenemen zal de vraag naar kantoorruimte stijgen, maar dit zal nooit tot een structurele afname leiden.

Lagere huurprijzen en het onttrekken van aanbod lijken logische om het aanbod structureel wel te laten afnemen. Dit is echter niet zo eenvoudig. De waarde waarvoor vastgoed in de boeken staat wordt mede bepaald door de mogelijke huuropbrengst. Het fors afboeken van de vastgoedportefeuille kan beleggers, investeerders en banken dan ook in de problemen brengen. Deze pijn zal door niemand in een keer worden genomen, alleen het geleidelijk afboeken op langer termijn zal een optie zijn waardoor grote leegstand voorlopig zal consolideren.

Komen wij toch weer uit bij herbestemming. Maar deze duurzame oplossing voor leegstand heeft ook nog weinig urgentie bij beleggers. Naast eventuele problemen met bestemmingsplannen is transformatie van de bestaand vastgoed risicovol en sterk afhankelijk van de locatie. De eigenaren die als eerste begint neemt het meeste risico. Als het niet lukt zijn de problemen nog groter, als het wel lukt profiteren de eigenaren van de omliggende panden onevenredig veel. Zolang er geen panden volledig leegstaan en er dus een minimale huuropbrengst kan worden geïncasseerd worden door beleggers geen kostbare investeringen gemaakt voor herbestemming.

Serieuze problemen te over en daarbij is het leegstaande commerciële vastgoed waar het om gaat vaak niet zo aantrekkelijk. Dus een tentoonstelling maken met deze gebouwen is misschien wat minder sexy. Alhoewel in het Belgische paviljoen lijken ze wel raad te weten met de interieurs van dit soort gebouwen. Nietszeggende gebouwonderdelen uit onbruikbare panden zijn op zorgvuldige wijze gered en tentoongesteld. Versleten tapijttegels, trapleuningen, drempels en lambriseringen hebben een tweede leven gekregen als minimalistisch kunstwerk. Met deze kennis kan wellicht op de volgende biënnale op een aantrekkelijke manier een onaantrekkelijk probleem aan de orde worden gesteld. Architectuur kan haar noodzaak bewijzen als oplossingen worden gegenereerd voor echte problemen.

2010-10-10Close Looking

img

Vorige week was ik enkele dagen in Venetië. Ik heb onder andere de expositie Le Arti di Piranesi bezocht in de Giorgio Cini Foundation op het eiland San Giorgio Maggiore. Op deze overzichtsexpositie is te zien dat Piranesi als architect, antiquair, archeoloog, graveur, tekenaar, vedutist en smaakmaker een bijzondere veelzijdige praktijk heeft gerund in de 18e eeuw. Aan de overkant van het water, op de architecturenbiënnale, is te zien dat tegenwoordig deze onmenselijke verzameling van ambachten niet zijn te verenigen in één enkel persoon of ontwerpbureau.

Giovanni Battista Piranesi heeft op een grondige manier Rome opgetekend, legde uiterst nauwkeurig een groot aantal monumenten vast en stelde met aanzichten en doorsneden de technische en constructieve details vast van de oude stad. Door zijn etsen van gedetailleerde stadsgezichten en gesublimeerde studies van de antieke Romeinse architectuur was Piranesi in zijn tijd al bekend bij vakgenoten en liefhebbers van het oude Rome. Mede door zijn polemische geschriften werd hij tevens als een belangrijk intellectueel gezien in het 18de-eeuwse Rome. Onder architecten zijn met name de beelden van imaginaire kerkers geliefd. Deze gravuren en etsen behoren tot een novum in de etskunst en zijn sinds de eerste publicatie in 1745 legendarisch. Tot op heden verwijzen architecten, kunstenaars en filmmakers naar deze Carceri d'Invenzione of zijn ze hier schatplichtig aan.

Op de architectuurbiënnale wordt bij mijn weten nergens direct verwezen naar Piranesi. Ook heb ik even geen ruimtelijke weergaves gezien die doen denken de kerkers van Piranesi. Dit is waarschijnlijk even uit. De werkwijze van Piranesi en zijn intense manier van verbeelden zijn wel terug te vinden bij een aantal presentaties. Zo zijn de tekeningen van het project 7 houses for 1 house van het architectenbureau De Vylder Vinck Taillie erg fascinerend. Zij hebben met een reeks minutieuze tekeningen het project op een originele wijze gepresenteerd. Het tekenwerk komt qua aandacht en toewijding dicht bij het werk van Piranesi. In zeker mate geldt dit evenzo voor het werk van Valerio Olgiati en de presentatie van Office Geers van Severen en Bas Princen die ook zijn te zien in het Arsenale. Eenvoudige en heldere tekening zijn een verademing in het geweld van renderings.



Studio Mumbai verbeeld met hun tentoonstelling Work-space het ambacht van de architect. De uitstalkasten puilen uit met exotische materialen en houten maquettes van gebouwen, de vloer staat vol met gebouwdetails op ware grootte en tafels puilen uit met houtverbindingen. Deze ruimte in het Arsenale laat de dagelijkse praktijk zien van het ontwerpen en maken van architectuur in India en geeft een inzicht in een werkwijze die wij allang niet meer kennen. De architect als traditionele bouwmeester is in deze tijd bijna vervreemdend.



Het bestuderen en optekenen van de stad vindt men terug in het Britse paviljoen . De door MUF architect samengestelde tentoonstelling laat zien hoe Venetië in de 19e eeuw werd vastgelegd door John Ruskin en de 21e eeuw door Wolfgang Scheppe. Er staat een model van vijftien vierkante meter dat het ecologisch functioneren toont van de lagune, inclusief een groot aantal opgezette vogels die hier leven. Maar ook is uiterst nauwkeurig de toeristische infrastructuur in kaart gebracht met de plekken waar illegale Senegalese straatverkopers hun waren aanbieden inclusief hun vluchtroutes als de politie hier verschijnt. Het middelpunt van het paviljoen is The Stadium of Close Looking. Een schaalmodel van 1:10 van het toekomstig Olympisch stadium in Londen. Het object is gebouwd door Venetiaanse timmerlieden en dient als een platform voor het maken van tekenen, het voeren van discussie en het presenteren van wetenschappelijk onderzoek. In The Stadium of Close Looking staat de stad in al haar facetten centraal en Venetië in het bijzonder. De uit Venetië afkomstige Piranesi zou hier vast blij mee zijn geweest.

2010-09-29Souper #18

img

Onze maandelijkse souper om de laatste maandag van de maand hebben wij een keer verschoven naar de dinsdag. Het grote voordeel hiervan: meer goede restaurants zijn open. Gisteren voor de eerste keer bij restaurant La Enoteca gegeten met Lotte Haagsma (redactrice Archined) en Like Bijlsma (directeur Suboffice & onderzoeker PBL). Wij hebben het uitgebreid gehad over architectuur en theorie.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2010-09-28Shanghai on top

img

Wereldtentoonstellingen hebben op mij een magische aantrekkingskracht. Je bezocht in het verleden de internationale expositie om de toekomst te zien. Graag had ik dan ook de betoverende kracht van het Crystal Palace in 1851 willen meemaken in Londen of de onthulling van de Eiffeltoren in 1889 in Parijs. Ook had ik graag een ritje gemaakt in eerste reuzenrad dat in 1893 in Chicago was te zien en was ik met plezier getuigen geweest van de introductie van Streamline Design in 1939 in New York. Ook de opening van het vrolijke Atomium in 1958 in Brussel moet een wonderlijke gebeurtenis zijn geweest denk ik. Over de verschillende wereldtentoonstellingen zijn talrijke sterke verhalen in omloop en legendes bekend, behalve van de edities die ik heb kunnen meemaken in Sevilla en Hannover.ver.

Sinds lange tijd vindt de Expo weer eens plaats in een land dat midden in een interessante economische, sociale, culturele en technische ontwikkeling zit. Shanghai lijkt hiervan optimaal te profiteren en transformeert haar stad in hoog tempo. De stad telt meer dan 3.000 gebouwen van boven de 100 meter en heeft sinds 1995 al een toeristisch icoon, de Oriental Pearl Tower van 468 meter hoog. Deze tv-toren met verschillende uitkijkplatforms in grote en kleine bollen trekt per jaar een paar miljoen bezoekers en is nog altijd een van de hoogste gebouwen van China en een van de grootste attracties van Shanghai. Ook werd in Shanghai in 2002 al de eerste reguliere, commerciële magneetzweeftrein in gebruik genomen. De trein ziet er van binnen en buiten uit als een ruimtevaartcapsule en er kan een topsnelheid worden gehaald van boven de 400 kilometer per uur. De Maglev-trein is (nog) niet zo populair. Dit heeft te maken dat de trein vanaf het vliegveld net niet in het centrum van de stad aankomt, maar ook omdat mensen bang zijn om te reizen in zo’n hele snelle trein die zweeft. Deze vorm van collectiefvervoer blijkt in het dagelijks gebruik nog te futuristisch. De Oriental Pearl Tower en de Maglev-trein liggen ver van het terrein van de wereldtentoonstelling, maar zouden hier niet misstaan. Deze bouwwerken zijn ruim voor de Expo gebouwd en met een andere beweegreden.

Het terrein van de wereldtentoonstelling ligt aan weerszijde van rivier de Huangpu. De Lupu Bridge verbindt ter hoogte van de Expo en op een strategische plek in de stad het oude en nieuwe stadsdeel van Shanghai. Ik was in eerste instantie in de veronderstelling dat deze stalen boogbrug, met een overspanning van 550 meter, onderdeel uitmaakte van het tentoonstellingsterrein. Zeker als je de brug ’s avonds verlicht ziet en weet dat over de stalen boog van 100 meter hoog een looppad is aangelegd dat toegankelijk is. Ik begon argwaan te krijgen toen ik vanaf het terrein van de Expo zag dat het brugdek op zo’n hoogte van 50 meter prominent over de paviljoens heen liep. De aanlandingen van de brug, die een totale lengte van 3.900 meter heeft, liggen ver verwijdert van de het terrein waarop de Expo plaatsvindt. Ook de Lupo Bridge is dus niet special voor de Expo gebouwd. Reeds zeven jaar voor de opening van de Expo is de brug in gebruik genomen.



De huidige Expo in Shanghai met de titel Better City, Better Life suggereert een toekomst perspectief voor de stad. Dit is een illusie. In geen enkel paviljoen wordt dit waargemaakt. Bij de meeste landenpaviljoens worden ongegeneerd alle clichés uit de kast gehaald om het toerisme te bevorderen en bij de themapaviljoens zijn de presentatie spectaculair, maar inhoudelijk zijn deze grote tentoonstellingen teleurstellend. Volgens een recent onderzoek is Shanghai de meest sexy stad van China . Dit vanwege de moderne stedelijke kenmerken, economische energie, iconische architectuur en romantische bezienswaardigheden. Een van deze romantische bezienswaardigheden is op dit moment de wereldtentoonstelling, een relict uit de vorige twee eeuwen. Wie nu de toekomst wil zien van China en wellicht de rest van de wereld moet niet de wereldtentoonstelling bezoeken, maar wel Shanghai.