2012-02-01Souper #31

img

Jaap Evert Abrahamse (historicus en senior onderzoeker historische stedenbouw bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en Sander Lap (Stedenbowkundige & landschapsarchitect) waren onze eerste gasten in 2012. Beiden hebben een spraakmakende cv en zijn expert in oude en nieuwe stedenbouw. Jaap Evert is schrijver van het prachtige boek De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw. Sander heeft een ontwerpbureau waarmee hij proactief opdrachten vergaart en uitvoert. Wij hebben geprobeerd te definiëren wat de meerwaarde van stedenbouw zou kunnen zijn voor steden en dorpen in Nederland. Wij zijn er nog niet uit, maar de dialoog was goed.

Meer inzicht krijgen over stedenbouw gaat goed samen met een goed uitzicht over de stad. De Euromast is hier ideaal voor. Maar de combinatie uitzicht en goed eten gaat helmaal niet goed samen. Ze doen hun best, maar de gerechten en de wijn waren teleurstellend. Gaan wij niet meer doen.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-12-01Kuipvrees

img

De gezamenlijke kandidatuur van België en Nederland om het wereldkampioenschap voetbal binnen te halen werd na de verloren WK-finale in Zuid-Afrika met veel zelfverzekerdheid gepresenteerd aan de FIFA. Het EK- voetbal in de lage landen was immers succesvol verlopen in 2000 en als vicewereldkampioen voetbal dachten een goede kans te maken om het zelf eens een WK-toernooi te organiseren. Het mocht niet zo zijn. Traditie, kennis en een elftal van (oud)stervoetballers hebben geen indruk gemaakt op de selectiecommissie. Het vele male grotere Rusland en vele male kleinere Qatar werden in december 2010 gewaardeerd voor hun aanpak en visie. Zij organiseren het WK in respectievelijk 2018 en 2022.

Met studenten van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst hebben wij een ontwerpendonderzoek gedaan naar de mogelijkheden van De Kuip. Het stadion uit 1937 is dringend aan vervangen toe of aan een rigoureuze opknapbeurt. Het mogelijke WK vormde een goede aanleiding om een nieuw stadion te ontwikkelen. Dit nieuwe stadion aan de Maas voor zo’n 80.000 toeschouwers maakt het oude stadion overbodig. Om één enkel stadion te exploiteren is al een hele klus, twee grote stadions naast elkaar rendabel krijgen is onmogelijk. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen, maar niemand die dit hardop durft uit te spreken. Met de naamstelling van het virtuele nieuwe stadion beginnen de problemen al. Het nieuwe stadion werd in het begin De Nieuwe Kuip genoemd, maar als snel wordt de naam Het Nieuwe Stadion gehanteerd om de sentimenten enigszins te beteugelen. Men wil ook om geen enkele manier de suggestie wekken dat men af wil van de oude Kuip.

De twee stadions staan in het ontwikkelingsgebied Stadionpark. In de plannen die voor het WK ontwikkeld zijn voor dit gebied staat De Kuip ongemakkelijk naast Het Nieuwe Stadion. Ergens verscholen tussen woon-en kantoorgebouwen en tussen het station en Het Nieuwe Stadion staat een onbruikbaar gebouw. Het programma voor het oude stadion is onduidelijk en ruimtelijk voegt het gebouw niets toe in het gebied. Het gebouw staat erbij als een ingewikkeld relikwie uit het verleden. De gemeente stelt een beslissing over een nieuw stadion keer op keer uit. De grootste partijen zijn niet tegen een nieuw stadion, maar sluiten verbouwing of herontwikkeling van De Kuip ook niet uit. De discussie wordt gegijzeld door verlangens naar het verleden en angst voor een onzekere toekomst. Voetbaltempel De Kuip doet veel mensen huiveren.

Kuipvrees is een bekende voetbalkwaal in Nederlandse voetbalwereld. Zwabberende benen, knikkende knieën en chaos in het hoofd zijn de symptomen. De term is oorspronkelijk bedacht voor voetballers die mislukten in dienst van Feyenoord. Zij bezweken zodra ze het imposante stadion betraden en konden hun verwachtingen niet waarmaken. De term is ook van toepassing op bezoekende clubs die elders goed presteren, maar in De Kuip te veel onder de indruk zijn van het imponerende stadion en de ambiance. Maar Kuipvrees is een ongemak dat tegenwoordig ook is te herkenen is bij plannenmakers van Stadionpark, belanghebbenden in het gebied en de politiek.

De voetbalwereld is op alle fronten verzakelijkt, maar bij een oud stadion gaat sentiment weer de boventoon voeren en weet niemand hier echt mee om te gaan. De kandidatuur van Qatar is in dezen wel interessant. Zij verbouwen twee stadions en bouwen drie nieuwe stadions voor het WK. De altijd aanwezige zon in het oliestaatje zorgt voor een probleem en is tegelijk de oplossing. Door de ondragelijke hitte dienen de stadions gekoeld te worden. De energie die hiervoor nodig is wordt opgewekt door zonne-energie. Naast deze uitdaging worden de stadions ook nog eens gedemonteerd na het WK en geschonken aan landen waar wel een voetbaltraditie is, maar geen geld voor goede voorzieningen. Deze twee uitgangspunten staan gerant voor een nieuwe aanpak en originele ontwerpen. De stadions zijn bij oplevering state of the art, maar worden na een paar weken verwijderd en verplaats. Geen last hebben van traditie werkt bevrijdend.

Tijdens het staatbezoek aan Qatar in maart 2011 benadrukte minister Verhagen tijdens een rondetafelgesprek tussen vertegenwoordigers van het Nederlandse en Qatarse bedrijfsleven dat wij als voetballand veel te bieden. Naast leveren van voetbaltrainers zijn wij als natie in staat land te winnen uit zee voor WK-faciliteiten, innovatieve stadions bouwen, verlichting te installeren en gras voor de velden leveren. “Nederland kan alles leveren behalve de wereldcup zelf” sprak de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie opgetogen. Dit is enigszins tragisch. Qatar heeft ons verslagen met veel innovatieve en originele ontwerpen en heeft gekozen voor een paar goede ontwerpers die raad weten met oude en nieuwe stadions. Wellicht was The HollandBelgium Bid beter geweest als er gebruikt was gemaakt van de aanwezige architectonische en stedenbouwkundige ontwerpers in ons eigen land en er originele ontwerpoplossingen waren verzonnen voor onze eigen stadions en de gebieden eromheen. Als wij onze kennis en kunde in het buitenland willen vermarkten, moeten wij dan niet eerst in eigen land het goede voorbeeld geven?

(i.s.m Dennis Kaspori)
(beeld: fotovlieger.nl)

2011-09-28King John

img

Portman’s empire as a benchmark


Met de architectenbranche in Nederland gaat het ronduit slecht. Nieuwe opdrachten zijn moeilijk te verwerven, voor minder honorarium verwachten opdrachtgevers meer arbeid, bureaus moeten mensen ontslaan, houden ermee op of gaan failliet. De werkeloosheid onder architecten groeit gestaag en veel architecten gaan uit noodzaak maar voor zichzelf beginnen. Om het tij te keren moeten architecten meer gaan ondernemen is het devies. Maar kunnen architecten dat eigenlijk wel?

Want architecten dachten in het verleden slim te zijn en hebben veel verantwoordelijkheden zonder probleem afgestaan. Voor ieder willekeurig bouwwerk is er een line-up van vele soorten ingenieurs die verantwoordelijk zijn voor de constructie, bouwfysica en installatie. Ook het tekenwerk, bestekschrijven en presentaties maken is nu het werkveld van experts. En de begeleiding van al deze partijen is ook een vak apart geworden: dat wordt graag overgelaten aan een procesmanager. Met het outsourcen van werk is niets mis, maar als er geen substantiële nieuwe werkzaamheden en verantwoordelijkheden voor de architect worden gecreëerd, dan is de rol van de architect uitgehold. En dat is op dit moment bij veel bureaus aan de hand. Het kan ook anders. Neem entrepreneur-architect John Portman .

In de gloednieuwe documentaire John Portman, a life of building van Ben Loeterman legt Portman (1924, Walhalla, South Carolina) uit hoe ondernemerschap en architectuur goed samengaan. Sinds de jaren vijftig heeft Portman een unieke praktijk waarin hij architectuur benadert vanuit sociale factoren, economische omstandigheden en een gezonde financiering . Zijn zakelijk imperium bestaat uit vier toonaangevende bedrijven. Naast het architectenbureau John Portman & Associates is hij oprichter, eigenaar en uitbater van het vastgoedbedrijf Portman Holdings, het interieur designcentrum Atlanta Decorative Arts Center en het beurs- en congrescomplex AmericasMart.

Benchmark voor zijn ondernemende aanpak is het Peachtree Center in Atlanta aan de – echt waar - John Portman Boulevard. Naast het ontwerpen van alle gebouwen, infrastructuur en publieke ruimte is het project mede op zijn initiatief ontwikkeld en heeft hij samen met beleggers land aangekocht en de bouw gefinancierd. In een dynamisch ontwerp- en ontwikkelproces is vanaf midden jaren vijftig het project uitgebreid en aangepast. Het Peachtree Center beslaat nu zo’n zestien stadsblokken met hotels, kantoortorens, winkelcomplexen, beursgebouwen en parkeergarages die de skyline van Atlanta bepalen. Een netwerk van luchtbruggen verbindt de meeste gebouwen met elkaar. Het succes van het project wordt mede bepaald doordat Portman zich voor een lange tijd committeert aan publieke organisaties en commerciële partijen. Tevens laat het project zien dat architectuur een belangrijke factor speelt in een langdurige ontwikkeling. Het Peachtree Center heeft geleid tot nieuwe programmatische en architectonische gebouwtypologieën en heeft een nieuwe standaard gezet voor met name hotels en multifunctionele gebouwen. Portman heeft hier voor het eerst bijvoorbeeld het atrium geïntroduceerd als centrale verkeersruimte voor een hotel en beursgebouw. De proactieve aanpak in Atlanta heeft eerst als model gediend voor ontwikkelingen in andere Amerikaanse steden en vanaf begin jaren negentig ook bij de stedelijke groei van steden in het Midden-Oosten en China.



De interne verkeersstructuur van verbonden atria heeft in de vakwereld veel stof doen opwaaien. Voorstanders claimen dat dergelijke geklimatiseerde ruimten de enige veilige ruimten boden in de verlaten binnensteden, zodat er in de jaren 70 ieder geval nog iets overbleef van een economische kracht en stedelijke ontmoetingsruimten. Tegenstanders menen juist dat de atria de klassieke openbare ruimten op straten en pleinen leegzogen, waardoor deze in een nòg deplorabelere staat achterbleven. De discussie is uiteindelijk stilgevallen vanaf de jaren 90, toen zowel de atria als de nieuwe openbare ruimten, compleet met openbaar vervoersysteem die nieuwe bewoners trok, downtown Atlanta lieten opbloeien, hetzelfde gebeurde in andere steden. Inmiddels kan deze discussie in de stad Rotterdam weer zeer actueel gevoerd worden. Niet minder dan Portman-fan Koolhaas zelf gaat twee binnenruimte-projecten bouwen (de Koolkaas en het Stadskantoor), en een stad-in-een-stad project is reeds in aanbouw: De Rotterdam. MVRDV realiseert een overdekte markthal en UN Studio verbouwt het oude postkantoor. Al deze gebouwen zijn multi-use en voegen afzonderlijk separate publieke ruimte toe aan de stad. Maar de vraag die weinigen zich stellen is waar die winkels en het winkelend publiek vandaan moeten komen, wat er met de Lijnbaan gaat gebeuren, hoe de gebouwen zich tot elkaar verhouden en hoe de stad er beter van wordt. Wat zou Portman doen?

Portman heeft zich als architect nooit alleen beperkt tot het ontwerpen van gebouwen. Hij initieert, financiert, bouwt en beheert ook een deel van zijn indrukwekkende portfolio. En dat is wel een groot verschil met de hit & run mentaliteit van de meeste architecten van nu. Portman ontwikkelt nieuwe ruimtelijke concepten, realiseert sensationele ontwerpen, maar gaat ook voor de winst op lange termijn. En dat laatste is het interessante afwijkende businessmodel van Portman. Het kan geen toeval zijn dat Portman amper in Europa iets realiseert en nog nooit in Nederland heeft gebouwd. Hier zijn de mogelijkheden en middelen waarschijnlijk te beperkt en als architect ben je te afhankelijk van het web van ontwikkelaars en aannemers. Een architect is misschien een goede oplosser van problemen, maar om goed te kunnen ondernemen dient een architect kennis en kunde te hebben van het traject voor en na de oplossing. Portman toont aan dat door eigenaar te worden van een probleem en door verantwoordelijkheid te nemen voor de oplossing, je op een activistische manier ruimte kan creëren om als architect zaken te doen. Get your hands dirty!

John Portman, a life of building is te zien op AFFR 2011 . Dit artikel is gepubliceerd in het magazine en op de website van AFFR 2011 .

2011-09-19Architectuur Film Festival Rotterdam 2011

img

De gevolgen van een wereldwijde crisis zijn ook in de architectuur en stadsontwikkeling meer en meer zichtbaar geworden. Terwijl in Europa angstig gekeken wordt naar de mogelijke gevolgen van krimp zijn elders in de wereld de verbijsterende gevolgen van snel groeiende steden zichtbaar. Traditionele oplossingen voor beide problemen zijn er niet en dus moet er gezocht worden naar nieuwe mogelijkheden. De een hoopt op betere tijden, de ander beschouwt de huidige realiteit als status quo. Een ding is zeker, het vertrouwen in megalomane projecten gesteund door schijnbaar onbeperkte financiële middelen is voorlopig zoek. Het is maar de vraag of dit als een verlies moet worden gezien.

Het AFFR signaleert een zoekende, optimistische beweging, die een tegenwicht kan bieden tegen een huidige trend van onverschilligheid en cultuurpessimisme. Een tegenstroom waarin kleine initiatieven tot grote gevolgen kunnen leiden. Film, architectuur en stadsontwikkeling gaan daarin steeds meer hand in hand; beide gebruiken immers een verhaallijn om de losse scenes aan elkaar te knopen en een lijn te brengen in wat er werkelijk aan de hand is en waar de wereld naar toe kan gaan. Nog meer dan in de vorige edities van het festival dringt zich de noodzaak op van de interdisciplinaire samenwerking om nieuwe mogelijkheden te onderzoeken en bloot te leggen.

Ga naar de site voor het laatste nieuws en het complete programma van 2011.

2011-08-31Souper #27

img

Maandag een zeer enerverende avond gehad met ontwerper Guido Marsille en Arie Lengkeek (programmacoördinator bij AIR). Beide gasten vertelde uitgebreid over hun werkzaamheden en interessante projecten.

Restaurant Huson is een ideale plek om na te denken over hoe een architect of stedenbouwkundige op een andere manier kan ondernemen. Ik hoop dat de andere gasten geen last hebben gehad over ons geluidsniveau. De inzichten liepen op een gegeven moment nogal uiteen.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.