2012-04-17Souper #33

img

Onze gasten deze keer: Bernard Colenbrander (hoogleraar architectuurgeschiedenis TU/e) en Willem Hein Schenk (voorzitter BNA en partner bij De Zwarte Hond). Het heden en het verleden van de architectuurprofessie aan tafel. Beide hebben een opvallende progressieve kijk op de toekomst van een architectuurpraktijk in Nederland. Een architect dient meer te ondernemen en tegelijk meer beschouwelijk te schrijven over eigen en andermans werk. Deze twee zaken die dichter bij elkaar liggen dan ik dacht.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2012-04-14Stedenbouw en economie horen meer bij elkaar

img

Economische activiteiten zijn van oudsher de financiële motor achter veel ruimtelijke ontwikkelingen. van wederzijdse liefde is niet altijd sprake. Economen lijken soms blind voor de positieve effecten van ruimtelijke plannen van stedenbouwkundigen. Wellicht omdat resultaten pas op langere termijn zichtbaar zijn. Stedenbouwkundigen hebben moeite om de meerwaarde van een goede ruimtelijke indeling van economische activiteiten te onderbouwen. In te veel plannen wordt op eigen merites ontworpen.

De huidige recessie kan een opmaat zijn voor een nieuwe ruimtelijk- economische aanpak. De tijd van maakbare plannen was al voorbij, maar nu heeft ook de ideologie van de vrije markt haar onkunde bewezen. Wij hebben een nieuw perspectief nodig, een nieuwe ideologie zonder dogma. Stedenbouw en economie hebben elkaar hard nodig, het zoeken naar een goede relatie met elkaar is urgenter dan ooit.

Er is een wederkerige relatie: specifieke ruimtelijke structuren leiden tot ontplooiing van specifieke economische activiteiten en, andersom, de ontplooiing van specifieke economische activiteiten leidt tot de vorming of aanpassing van specifieke ruimtelijke structuren en patronen.

Ook vanuit historisch perspectief is de wederkerige relatie van alle tijden, denk aan de eerste polders. Boeren hadden het land nodig en land winnen doe je gemakkelijker gezamenlijk dan individueel. Stedenbouw gaat om het vormgeven van deze collectiviteit, om het inrichten van ruimte waar mensen graag willen zijn.

Wat wij zeker weten is dat stedenbouw een wezenlijke bijdrage levert aan de kwaliteit van het bestaan. De economische en sociale problemen kunnen wij niet alleen oplossen met technologische innovaties. Ruimtelijke maatregelingen zijn hiervoor ook noodzakelijk.

Voor veranderende organisatievormen van wonen, werken, leren en recreëren, dient ook een passend fysiek raamwerk te worden ontwikkeld. Functiemenging, binnenstedelijke herontwikkeling en slimme vervoerssystemen tussen steden en agglomeratie tonen de eerste contouren van aanstaande veranderingen in de ruimtelijke ordening.

Het is niet uit te sluiten dat de overheid zich steeds verder terugtrekt op het gebied van regelgeving en dat is zeker op het terrein van de ruimtelijke ordening welkom. Dat geeft de overheid de mogelijkheid om te groeien naar een rol, waarbij ze steden en regio’s in de toekomst afrekent op hun vermogen tot ruimtelijk-economische aanpassingen.


- Tekst is gepubliceerd in het Financieel Dagblad van 13 april 2012.
- Tekst in samenwerking met Jeroen de Willigen (De Zwarte Hond).
- Beeld Frank Hanswijk.

2012-03-07Souper #32

img

Een avondje Chinees met Michel Schreinemacher (Next Architects) en Ralf Pasel (Pasel K. architects). Beide vertelde ons enthousiast over hun ervaringen in China. Beide vertelde ons enthousiast over hun ervaringen in China. Enerverend en soms erg moeilijk, maar altijd spannend en goed eten. Respect voor deze avonturiers.

Het restaurant Asian Glories was het juiste decor voor sterke verhalen uit China. Een beetje flauw, maar het is ook gewoon een goed restaurant.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2012-03-02Geen onnozele iconen

img

Als evenement hebben de Olympische Spelen de rol van de wereldtentoonstelling volledig overgenomen. Waar voorheen de wereldtentoonstelling een beeld van de economische, sociale, culturele en technische voorspoed van de hoststad moest laten zien, staan tegenwoordig de inventieve architectuur en stedenbouwkundige ingrepen voor de Olympische Spelen vooraan in de citymarketing. Welke weerslag heeft dat (marketing)geweld op een stad?

Het Londense Hyde Park was in 1851 het toneel voor de eerste wereldtentoonstelling. Prins Albert, echtnoot van de Britse koningin Victoria, nodigde een reeks landen uit om kennis en kunde te delen. Joseph Paxton bouwde hiervoor het imposante Crystal Palace, een ruimte van staal en glas. Bij binnenkomst werden de bezoekers duizelig, en dat was ook precies de bedoeling van de Prins-gemaal. De rest van de wereld diende met name te zien hoe indrukwekkend de economische, sociale, culturele en technische vooruitgang van Groot-Brittannië wel niet was. Sinds die tijd is de wereldtentoonstelling lang gezien als hèt podium voor inventieve architectuur en gedurfde stedenbouwkundige ingrepen in een stad. Het tijdelijke karakter van deze gebeurtenis en een schijnbaar vriendschappelijke competitie creëerde een ideale situatie waarin ontwerpers ongelimiteerd konden experimenteren.

Inmiddels hebben de Olympische Spelen als evenement deze rol volledig overgenomen. Qua internationale concurrentie en profilering overtreft de vierjaarlijkse Olympiade nu de impact van een wereldtentoonstelling. Het Bureau International des Expositions heeft de grootste moeite om elke keer weer een stad te vinden die een grote wereldtentoonstelling wil organiseren. Terwijl het Internationaal Olympisch Comité (IOC) een hele manifestatie van de biedingprocedure heeft gemaakt waarin steden het tegen elkaar moeten opnemen om een Olympiade te mogen organiseren. Het binnenhalen van de Olympische Zomerspelen in London voor 2012 wordt dan ook als grote overwinning gezien van Sebastian Coe (voorzitter van het London Organising Committee of the Olympic Games and Paralympic Games) op de andere kandidaat-steden Parijs, New York, Madrid en Moskou. Het Olympisch adagium ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ geldt zeker niet bij een biedingprocedure voor een Olympiade. De belangen zijn groot en de voorinvesteringen aanzienlijk.

Sevilla versus Barcelona
In 1992 overstijgt de Olympiade van Barcelona voor het eerst een wereldtentoonstelling, die dat jaar wordt gehouden in hetzelfde land: de Universal Exposition of Seville. Sinds Spanje vanaf 1985 lid is van de Europese Unie (EU), is het land economisch snel gegroeid en heeft een sterke bewijsdrang om aan te sluiten bij de Europese tradities. Spanje wil op het wereldtoneel weer volwaardig meetellen.

Het verschil tussen beide steden is echter schrijnend. In Sevilla wordt geprobeerd het stadsdeel aan de overkant van de rivier, door middel van een imposante brug van Calatrava, bij het centrum te betrekken. Het werkt alleen tijdens de maanden van de Expo. Daarna mislukt de transformatie naar een kantoor- en bedrijvenlocatie met recreatieve voorzieningen schromelijk. Een aantal landenpaviljoens staat nu nog steeds weg te kwijnen op een troosteloos bedrijventerrein. Ruimtelijk heeft de wereldtentoonstelling dus geen enkele meerwaarde gecreëerd voor de stad. De Olympische Spelen voor Barcelona daarentegen zijn een opmaat voor de herstructurering van de hele stad. Wijken worden gerevitaliseerd, investeringen voor nieuwe sport- en verblijfaccommodaties worden over de hele stad verdeeld en een oud atletiekstadion wordt gerenoveerd. Tot vervelens toe is Barcelona sinds de Spelen van 1992 hèt voorbeeld voor upgraden van een stad en hoe die op de kaart te zetten bij een breed publiek.

Ondanks de grote investeringen in infrastructuur en de grote en massieve monofunctionele accommodaties kan een stad economisch en ruimtelijk blijkbaar dus beter worden na een Olympiade. Het IOC heeft dit als snel door en sinds 1992 worden de Zomerspelen en de Winterspelen niet meer in hetzelfde jaar gehouden. Sinds 1994 vinden de Winterspelen in de even jaren tussen de Zomerspelen plaats. De competitiedrang tussen landen en steden kan zo maximaal worden benut en de aandacht voor een manifestatie wordt goed verdeeld. Daarom hebben we nu elke twee jaar een succesvol, commercieel entertainmentevenement gerelateerd aan sport.

Hogere doelen
Na Barcelona wordt met de Zomerspelen in Atlanta (1996), Sydney (2000), Athene (2004) en Beijing (2008) de amusementwaarde van het megasportevenement verder ontwikkeld. Ook worden de Spelen in een aantal steden wederom als aanleiding gebruikt voor stedelijke vernieuwing. Maar alleen Sydney komt in de buurt van de impact die de Spaanse Spelen ruimtelijk op de stad hebben gehad. Atlanta had het niet echt nodig en in Athene is het gewoonweg mislukt. Het IOC verandert na Athene van strategie. De toenemende vercommercialisering en schaal van het evenement heeft zich immers langzaam tegen de organisatie gekeerd. Er worden hogere doelen gesteld en de aandacht wordt van economische aspecten verlegd naar maatschappelijke kwesties. Het IOC stelt randvoorwaarden aan China: het land moet de mensenrechten verbeteren. Maar echt moeilijk wil het IOC het China ook weer niet maken. Het is dan ook maar de vraag of Beijing de Olympische Spelen daadwerkelijk nodig heeft gehad voor verdere ruimtelijke ontwikkeling, onduidelijk is ook of de mensenrechten in China wezenlijk veranderd zijn. De stad zal zich zonder de Spelen waarschijnlijk net zo snel en voortvarend ontwikkeld hebben, met even spectaculaire gebouwen. Omdat het IOC verder niet aan nazorg doet, bekommert de organisatie zich na het evenement niet meer om de exploitatie van de verschillende stadions en de mensrechten.

Nieuwe Spelen, nieuwe kansen
Met de toekenning aan Londen is het IOC wel een stap verder gegaan. De tijd van alleen een sportfeestje geven is voorbij. Londen heeft de Spelen van 2012 mede gekregen door de maatschappelijke- en duurzaamheidsdoelstellingen van de stad. Er dient op een structurele manier iets te worden achtergelaten in het stadsbeeld. De Olympische Spelen worden ingezet ter verbetering van sociaal zwakkere wijken. De maatschappelijke relevantie van sport in de samenleving wordt daarmee verder uitvergroot en gekoppeld aan ruimtelijke transformaties.

De hoofdlocatie van de XXXe Olympiade is het Olympische park in de wijk Stratford. Het park bevat naast het Olympisch dorp het Olympisch stadion, zwembad, hockeycentrum, velodrome en de hand- en basketbalarena. Het stedenbouwkundig masterplan voor het hele park, inclusief de infrastructuur is in handen van een consortium onder leiding van het architecten- en ingenieursbureau EDAW, inmiddels AECON genoemd. Al ruim voor de spelen is de Olympic Delivery Authority, verantwoordelijk voor realisatie van de nieuwe accommodaties en infrastructuur, bezig met de nalatenschap van de Spelen. Dat is uniek in de geschiedenis van de Olympische Spelen, en met de oprichting van de Olympic Park Legacy Company wordt er ook serieus werk van gemaakt.

Mythe
Het park en de gebouwen zijn nog niet af, laat staan gebruikt, maar het hergebruik en de herbestemming is al bekend. Althans op papier, onderhandelingen over nieuwe bestemming(en) lopen niet allemaal even goed. Duidelijk is wel dat het park na de Spelen een andere naam krijgt: het Queen Elizabeth Olympic Park, en een functie voor de omliggende buurten zal krijgen. Een deel van de sportaccommodaties wordt aangepast of verplaatst naar een plek elders in het Verenigd Koninkrijk. Een ander deel van de accommodaties komt beschikbaar voor de omliggende buurten. Het Olympisch dorp moet zo normaal mogelijk ogen, zodat het na de Spelen moeiteloos kan opgaan in de belendende stadsdelen. Uitbreidingen zijn nu al voorzien.

Het masterplan voor de Olympische Spelen is daarmee slechts het begin voor de (her)ontwikkeling van het hele gebied in Oost-Londen. Voor een tijdelijke evenementenlocatie heeft het plan een erg permanente vaste structuur en voor een permanent plan worden de kwaliteiten mede bepaald door een aantal kortstondige programmaonderdelen. Voor een Olympische locatie lijkt dit een originele aanpak, maar voor het postolympisch tijdperk wordt weer teruggrepen op conventioneel stedenbouwkundig instrumentarium. Het tijdelijke ogende, maar permanent bedoelde <i>orbit<i> van kunstenaar Anish Kapoor naast het Olympisch stadion is hiervan het beste voorbeeld. Dit stalen kunstwerk met uitkijkplatform wordt nu al de Eiffeltoren (wereldtentoonstelling 1889) van Londen genoemd en moet het landmark van de Spelen, èn de herinnering erna, worden. Maar in Londen zouden ze beter moeten weten. Het Crystal Palace werd na de wereldtentoonstelling tenslotte ook afgebroken, elders opgebouwd en is uiteindelijk volledig afgebrand. Het gebouw heeft hierdoor een mythe gecreëerd, de eerste wereldtentoonstelling is bij iedereen in het geheugen geprent en heeft het Hyde Park tot een legendarisch plek gemaakt.

Hoe het ook uitpakt in Londen, de aanpak is in ieder geval uniek te noemen en past bij een de nieuwe visie van het IOC waarin de nalatenschap in een stad serieus wordt genomen. Het IOC wil geen witte olifanten meer achterlaten na het sportfeestje. Nutteloze gebouwen op een verkeerde plek die niet rendabel te exploiteren zijn na de Spelen, moeten worden voorkomen.

Nieuwe Spelen, hetzelfde plan
Rio de Janeiro is in 2016 de volgende stad waar de Zomerspelen worden georganiseerd. Voor het eerst in de geschiedenis zijn deze Spelen in Zuid-Amerika. Net als Spanje in de jaren negentig en China in het begin van de twintigste eeuw, heeft Brazilië het komende decennium haar <i>‘Coming out parties’<i>. Met het wereldkampioenschap voetbal in 2014 en de XXIe Olympiade in 2016 wil Brazilië zich nadrukkelijk manifesteren op het wereldtoneel. De stad had zich al ook al in 2004 en 2012 kandidaat gesteld, maar de beperkte ervaring en de slechte infrastructuur waren toen steeds een groot probleem. Bij de biedingprocedure voor 2016 hebben de beroemde stranden aan de Atlantische Oceaan het echter weten te winnen van de kades aan het Michiganmeer in Chicago, de Baai van Tokio en de rivier Manzanares in Madrid.

Het IOC realiseert zich dat elk land vraagt om een eigen invulling van de Olympische gedachte en doelstelling. Een ander land, een andere stad, een ander volk en een andere cultuur vraagt specifieke aanpak en organisatie. Deze nadrukkelijke verschillen vragen blijkbaar wel om dezelfde ruimtelijke vertaling. Het architecten- en ingenieursbureau AECON is opnieuw geselecteerd voor het masterplan van het Olympische park voor de Zomerspelen in Rio. Nu werkt AECON samen met Braziliaanse partners. Het Londense model voor een Olympisch park in vier fases wordt opnieuw toegepast. Eerst wordt de bestaande situatie zoveel mogelijk opgeschoond, bestaande gebouwen worden eventueel hergebruikt of herbestemd of anders gesloopt. Dan wordt voor de Olympische Spelen een beperkt aantal permanente en tijdelijke sport-, media- en woonaccommodaties gebouwd op het terrein. Vervolgens worden na de Olympische Spelen de meeste locaties verplaatst of aangepast om ze rendabel te kunnen exploiteren als buurt, wijk, stedelijke of regionale voorziening. Als laatste fase wordt rond de overgebleven voorzieningen een wijk met appartementen uit de grond getrokken.

In Londen lijken de plannen nog enigszins begrijpelijk voor de situatie en kan hoopvol naar de toekomst worden gekeken. In eerste instantie leidt de aanpak van het zogenoemde <i>embedded urbanism<i> tot een slim hergebruik van een record aantal bestaande sportaccommodaties. Ook wordt het grootste aantal tijdelijke voorzieningen gebouwd. De hoofdlocatie van de Olympische Spelen van 2016 ligt echter aan de rand van de beste wijk van Rio. Barra de Tijuca is een wijk die wordt gekenmerkt door een zeer hoge levensstandaard en een zeer hoog aantal privaat beveiligde wooncomplexen. Door het ontbreken van <i>favela’s<i> in de wijk en directe omgeving is het één van de veiligste plekken in Rio. Het driehoekige terrein van ongeveer driehonderd hectare grenst voor het grootste deel aan een meer. Een veiligheidsobsessie lijkt eerder de drijfveer voor dit ruimtelijke plan dan herstructurering van een stuk stad. Het Olympische park ligt volkomen geïsoleerd en AECON is niet in staat geweest om de sociale doelstellingen van de Spelen te vertalen in een ruimtelijk masterplan. De locatie is er gewoonweg niet geschikt voor en de belendende wijk heeft er geen behoefte aan. Toch is de trend na Londen wel gezet; er worden nu plannen gemaakt die over de Spelen heenkijken. De <i>‘hit-and-run’<i>-mentaliteit is over. Alleen wordt in Londen stadsdelen opnieuw met elkaar verbonden en in Rio slechts een stadsdeel uitgebreid.

Aanpassingsvermogen
Groot-Brittannië en Londen hoeven zich niet te bewijzen. Historische en emotionele argumenten zijn de drijfveren om een Olympiade opnieuw te organiseren. Londen heeft de Spelen niet echt nodig, maar de Spelen hebben de stad wel nodig. Londen gebruikt de Spelen als generator voor herstructurering van een deel van de stad. Dit was waarschijnlijk toch nodig geweest ergens in de komende jaren. Het gaat nu alleen beduidend sneller. De Spelen gebruiken Londen om te laten zien dat het evenement meer is dan een commerciële happening. In Rio de Janeiro worden de argumenten van de wereldtentoonstellingen uit de vorige twee eeuwen van stal gehaald. Steden in landen met opkomende economieën zijn op zoek naar een podium om zichzelf in de kijker te zetten.

Bij beide Spelen zijn onnozele iconen tot een minimum beperkt. De gebouwen blijven spectaculair, maar zijn duurzaam, demontabel en makkelijk te hergebruiken. De stedenbouwkundige plannen zijn programmatisch en ruimtelijk flexibel waardoor zij makkelijk aangepast kunnen worden aan de economische behoeftes in de jaren na de Spelen. Het legaat van de Spelen zit dus niet meer in gebouwen, maar in de verhalen en sportbeelden die in de zeventiendaagse Olympiade worden vastgelegd in een stad.

(Geen onnozele iconen is gepubliceerd in S+RO nr. 1/ 2012 )

2012-02-01Souper #31

img

Jaap Evert Abrahamse (historicus en senior onderzoeker historische stedenbouw bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en Sander Lap (Stedenbowkundige & landschapsarchitect) waren onze eerste gasten in 2012. Beiden hebben een spraakmakende cv en zijn expert in oude en nieuwe stedenbouw. Jaap Evert is schrijver van het prachtige boek De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw. Sander heeft een ontwerpbureau waarmee hij proactief opdrachten vergaart en uitvoert. Wij hebben geprobeerd te definiëren wat de meerwaarde van stedenbouw zou kunnen zijn voor steden en dorpen in Nederland. Wij zijn er nog niet uit, maar de dialoog was goed.

Meer inzicht krijgen over stedenbouw gaat goed samen met een goed uitzicht over de stad. De Euromast is hier ideaal voor. Maar de combinatie uitzicht en goed eten gaat helmaal niet goed samen. Ze doen hun best, maar de gerechten en de wijn waren teleurstellend. Gaan wij niet meer doen.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.