2013-03-11Letter, stoel, stad

img

De documentaire films Helvetica, Objectified en Urbanized van filmmaker-producent Gary Hustwit vormen samen een trilogie over design in ons dagelijkse leven. Hij werkte zonder een vooropgezet idee of agenda; nieuwsgierigheid naar het nut en de noodzaak van design dreef hem tot het maken van deze reeks. Maar is dat voldoende?

De opzet van alle drie de documentaires is gelijk: een indrukwekkende cast met gezaghebbende experts uit de hele wereld die begeesterende verhalen vertellen, prachtige beelden, lekkere muziek en om het geheel te completeren: een verzorgde typografie met fraai grafisch werk. En zo past de documentairereeks zelf ook compleet en naadloos in het thema.

Letter
Helvetica (2009) is een documentaire over dat sans-serif lettertype ontwikkeld in 1957 bij Haas'sche Schriftgiesserei in het Zwitserse in Munchenstein. In zijn documentaire onderzoekt Hustwit waarom en hoe het lettertype is ontstaan. Een klein leger aan typografen, grafisch ontwerpers en theoretici vertellen lyrische verhalen of geven commentaar op de letters, cijfers en leestekens in Helvetica. Onder andere Massimo Vignelli (IBM, American Airlines, New York City Subway), Wim Crouwel (lettertypes New Alphabet, Fodor en Gridnik), David Carson (Nike, MGM, Mercedes-Benz en auteur End of Print) en Eric Spiekermann (lettertypes FF Meta, Berliner Grotesk en ITC Officina Sans) - doen ons geloven dat zonder de grafische schoonheid van een goede letter de wereld er echt heel anders uit zou zien. Helvetica is zo'n goed lettertype, maar het krijgt af en toe krijgt ook kritiek te verduren. Te saai, te nietszeggend, te directief - omdat voor alle aanwijzingen en geboden in het publieke ruimte Helvetica wordt gebruikt. En Helvetica krijgt zelfs het verwijt voor de Vietnamoorlog te zijn geweest, omdat heel corporate Amerika in die tijd advertenties met dit lettertype maakte. De emoties over een letter kunnen hoog oplopen.
De documentaire is een tikje provocerend. De afwisseling van het serieuze onderzoekswerk naar de oorsprong van de letter, de oneindige reeks liefdesverklaringen aan dit type letter en het nonchalant opduiken van de letter in het dagelijkse leven maakt de documentaire serieus, hilarisch en glossy tegelijk.

Object
In Objectified (2009) wordt het wat persoonlijker en serieuzer. Hustwit laat ons het ontwerp- en ontwikkelproces zien van dagelijkse gebruiksvoorwerpen. De documentaire gaat over persoonlijke expressie, identiteit, consumentisme en duurzaamheid in relatie tot een tandenstoker, snoeischaar, telefoon, stoel, tafel, laptop, fiets en auto. Designgod Dieter Rams (Braun) en zijn zelfbenoemd discipel Jonathan Ive (Apple) komen beide aan het woord, maar ook de gebroeders Bouroullec, Marc Newson, Karim Rashid vertellen hoe zij ontwerpen en hun producten (laten) produceren. Bijna iedereen legt droog uit dat functionaliteit en ergonomie tot een logische vorm en materiaalkeuze leiden en op een vanzelfsprekend manier tot een prettig en tijdloos product leiden. De opgevoerde designcuratoren en -journalisten komen woorden te kort om ons tot vervelens toe te vertellen dat design het leven een stuk dragelijk maakt. Gaan ontwerpers ervan uit dat je emotie zelf kan toevoegen aan een product, beschouwers willen ons maar al te graag een emotie opdringen. Dat design meerwaarde heeft geloof je na het kijken meteen maar het blijft onduidelijk of deze meerwaarde dankzij of ondanks gebruikers, marketing, commercieel succes en/of media-aandacht tot stand komt.

Stad
De laatste documentaire in de trilogie is Urbanized (2011). Met voorbeelden uit de hele wereld laat Hustwit zien dat het leven in de stad onze tweede natuur is geworden. Modernisering en globalisering hebben de afgelopen vijftig jaar het stadsleven ingrijpend veranderd. De huidige verstedelijking maakt van de weinige leefruimte in een stad een (schaars) consumptieartikel.

Dit past bij de twee vorige documentaires, maar de schaal van dit consumptieartikel is wel heel erg groot. Een logisch vervolg op letters en stoelen zijn gebouwen, maar Huswitt slaat deze stap om onduidelijke redenen over. Architecten komen in Urbanized wel aan het woord, maar als één van de vele actoren die de stad en het stadsleven scheppen. Urbanized is een overduidelijke liefdesverklaring aan de stad als het centrum van ons dagelijks leven. Een hele lange line-up van personen uit de hele wereld vertellen over hun doelstellingen, aanpak en successen. We fietsen in Bogota met Enrique Peñalosa (voormalige burgemeester) over de strak geplaveide fietspaden van zijn stad, Jan Gehl (stedenbouwkundige en architect in Kopenhagen) doceert ons de ideale maten van een plein en straat, en in New York wordt het onmogelijke waar gemaakt. Amanda Burden (NYC Department of Planning) legt zonder blikken en blozen uit dat de huidige plannen het ambitieniveau van Robert Moses hebben, maar tegelijk voldoen aan de criteria van Jane Jacobs. Dat zou elke stad wel willen!

Alles is even mooi gefilmd en aan de gevolgen van verstedelijking wordt bijna geen aandacht besteed. Sloppenwijken in Mumbai en Rio de Janeiro zien er aangenaam rauw uit en de Detroit People Mover lijkt op een leuke attractie in een stad die niet af is.

Alleen vorm
De cinematografie van alle drie de documentaires is gewoonweg prachtig en de open vertelstructuur van de documentaire intrigeert Hustwit hanteert geen dwangmatige voice-over, maar de verschillende onderwerpen worden door een goede sequentie van beelden en fragmenten van interviews helder verteld. Een ode aan een lettertype verheldert, een gepassioneerde toelichting op een stoel fascineert, maar een lofzang op de stad is toch totaal iets anders. Helvetica en Objectified maakt kijkers bewust van dagelijkse kwaliteiten van design. Urbanized kwalificeert mensen. Alleen voor een stedelingen lijkt er een succesvolle toekomst weggelegd. Een stad is meer dan een optelsom van boeiende initiatieven en inspirerende stedenbouwkundigen, architecten, planologen, beleidsmakers, bouwers, denkers en bewoners. Het ontbreken van een analyse met de voor- én nadelen over verstedelijking legt opeens duidelijk en pijnlijk de tekortkoming bloot van de hele reeks. De documentaires zijn slechts een kritiekloze aaneenschakeling van mooie beelden en interessante mensen. Het zijn verhalen die te mooi zijn om waar te zijn.

kijk online: Helvetica , Objectified , Urbanized .

Artikel is ook gepubliceerd op de site van AFFR en Archined.

2013-03-01Souper #41

img

Juliette Bekkering (TUEindhoven, Bekkering Adams Architecten en Tom Avermaete (TUDelft) waren onze gasten. In een bijzondere prettige setting hebben wij gesproken over het architectuuronderwijs in Nederland. De overeenkomsten tussen de instituten in Delft en Eindhoven zijn niet zo interessant. De verschillen moeten wij echter zorgvuldig koesteren. Dit is voor alle partijen beter.

Het diner bij restaurant Huson was weer eens ouderwets goed.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2013-02-11Souper #40

img

Kirsten van den Berg (adviseur en ontwerpster ruimtelijke ordening) en Thieu Knibbeler (senior adviseur, bureau Monumenten & Cultuurhistorie Gemeente Rotterdam) waren twee fijne gasten tijdens onze veertigste souper. Verleden, heden en toekomst van de gebouwde historie stemt het gesprek emotioneel, bezorgd en opgewekt tegelijk. Onenigheid wat een monument is of zou moeten zijn is er altijd. De huidige crises biedt kansen, maar in de grote leegstand zit gevaar. De mogelijkheden met bestaand vastgoed lijken eindeloos. Kirsten en Thieu vertelde op een uiterst geëngageerde manier over al deze onderwerpen.

Wij hebben heerlijk gegeten bij restaurant Eendracht . De gerechten uit de houtoven waren soms wat verwarrend qua samenstelling en de kwaliteit van de wijnen te wisselvallig.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2012-12-01Souper #39

img

Ellen Schindler (Business Director bij Kossman de Jong) en Machteld Kors (Associate Director Communications UNstudio) waren onze gasten voor Souper 39. Architectuur als business was het onderwerp van de avond en beide dames wisten ons uit te leggen hoe je nationaal en internationaal moet opereren als ontwerp bureau. Machteld heeft kunstgeschiedenis gestudeerd en Ellen heeft de kunstacademie doorlopen. Dus ze hebben beide geen echte achtergrond in communicatie en handel en toch zijn de bureaus zo succesvol op dit moment. Hier kunnen PR- en communicatiebureaus wat van leren.

Voor de eerste keer was het Souper in het restaurant van het Wereldmuseum. Het vijfgangen diner was verrukkelijk. Hier gaan wij vaker eten.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2012-11-27Grand Tour

img

Project 27 bezoekt 27 landen en interviewt 27 architecten


Goede tijden, slechte tijden
Architecten hebben de neiging om voor alle sociale en economische problemen een ontwerpoplossing aan te bieden. Is het probleem energie, voedsel, water, overvolle steden of juist dun bevolkte gebieden? Zijn de problemen in Angola, India, China, Brazilië of Rusland? Het maakt niet uit. Overal ter wereld pakken architecten gretig deze problemen ter hand en toveren ze uit hun computers kekke analyses en tot de verbeelding sprekende ruimtelijke oplossingen. De ontwerpen worden getoond op tentoonstellingen en tijdens lezingen, en alles wordt voor het nageslacht gedocumenteerd in mooie boeken, liefst uitgegeven in meerdere talen. De wereld kan niet zonder architecten, zo lijkt het.

In Europa zijn op dit moment de problemen in de keten waarin architecten functioneren groot en staat hun positie onder zware druk. We zien dat het ene deel van het continent geen geld meer heeft om te bouwen, en in het andere deel probeert men financiële risico's te beperken en vastgoeddebacles te voorkomen; er wordt nog amper geld geleend om bouwprojecten te realiseren. Architectuur is dus even niet meer zo noodzakelijk en dit lijkt pijnlijk bevestigd te worden door de voorbeelden van overbodige of ongebruikte architectuur die in heel Europa te vinden zijn. Veel architecten hebben moeite met de onbehagelijke analyse van hun rol de laatste decennia en lijken even geen zin te hebben in confronterende oplossingen voor hun eigen keten.
Terwijl de Europese economie steeds verder inzakt en babyboomers met pensioen gaan zet een nieuwe groep architecten hun loopbaan in de steigers. Deze architecten worden erg hard getroffen door de eurocrisis en zijn hierdoor genoodzaakt hun vak te herzien. Heeft de crisis invloed op hun ambities, dromen en idealen?

Europese architecten
Het laatste sectoronderzoek van het Architects' Council of Europe (ACE) uit 2010 gaf nogal een somber beeld van de toekomst. De hele bouwproductie daalde tussen 2008 en 2010 met 15%. De architectuursector kwam er met een daling van 22% het meest bekaaid van af. Deze daling beïnvloedde de inkomsten van een architect behoorlijk. Het gemiddelde jaarinkomen daalde van bijna 35.000 euro naar 29.500 euro, vooral architecten van kleine bureaus zagen hun inkomsten fors slinken. De ondervraagde architecten uit heel Europa blijken ondanks de economische inzinking nog altijd sterk te geloven in wat ze doen en hebben vertrouwen in de toekomst. Naïviteit en creativiteit zijn vaak een goede twee-eenheid. Een gezond opportunisme maakt de mens vrolijk. Maar hoever kan je hier in gaan?

De architecten Benoît Jallon en Umberto Napolitano van het Franse architectenbureau LAN zijn samen met producer Antoine Cayrol en regisseur Pierre Zandrowicz van FatCat Films een eigen studie gestart onder architecten in Europa. Onder de eenvoudige edoch bijzondere heldere projectnaam 27 bezoeken zij 27 architectenbureaus in de 27 lidstaten van de Europese Unie. Een reis naar het hart van de hedendaagse Europese architectuur zoals ze het zelf noemen. In de 27 verschillende culturen wordt door de 27 verschillende architecten gebouwd volgens eigen wetgeving, eigen inzichten en eigen traditie. Representatief zijn 27 architecten niet op de in totaal 470.000 werkzame architecten in de Europese Unie. Project 27 kan wel een intens beeld geven van het toekomstige architectonische veld.

Feiten en cijfers
Wat het veld nu is, tonen de cijfers van ACE. De data is confronterend, de verschillen zijn evident en een gemiddelde fascineert. Een aantal feiten op een rijtje: per 1.000 Europeanen is nog geen 1 architect te vinden (0,9 architect per 1.000 inwoners). In Italië leven veruit de meeste architecten, maar liefst 145.000 in totaal. Dit zijn 2,4 architecten per 1.000 inwoners. Meer dan 50% van jongere architecten (jonger dan 40) wonen en werken in Polen, Italië en Griekenland. In Slovakije, Oostenrijk en Nederland is de architectuurbranche erg masculien. Meer dan 80% van de architecten is man. Griekenland, Bulgarije en Slovenië hebben het hoogste percentage vrouwelijke architecten, net iets meer dan 50%. Het soort werk dat architecten verrichten verschilt sterk binnen de Europese lidstaten. In België, Griekenland en Bulgarije bestaat meer dan 60 % van de markt uit private huizen. In Denemarken, Zweden en Finland is het grootste aandeel, 40%, publieke markt. In Roemenië en Slowakije bestaat 50% uit de mark uit commercieel vastgoed.

De waarde van de totale architectuur markt in Europa is ongeveer 14 miljard euro. Duitsland heeft veruit de grootste architectuureconomie, per jaar is er aan 4,1 miljard euro aan werk te verdelen. In Slovenië is de markt slecht 10 miljoen euro groot. In Nederland kan een architect het meeste te verdienen, gemiddeld zo’n 51.000 euro per jaar. Dit staat in schril contrast met het (gecorrigeerde) inkomen van slecht 8.200 euro per jaar voor een Roemeense architect.

Veldwerk
De cijfers van het ACE representeren de architecten die een bijdrage leveren aan een gemeenschappelijk ruimte: Europa. Project 27 pikt hier de draad op met een multimediaal onderzoek. Tijdens een lunch, diner of stadswandeling praten Benoît Jallon en Umberto Napolitano met hun gasten over de betekenis van architectuur, en de kansen, bedreigingen en uitdagingen waarmee het vak heden ten dage te maken heeft. De gesprekken zijn informeel en bieden een openhartige en relevante illustratie van de hedendaagse Europese architectuur. Tegelijk wordt alles professioneel gefilmd, is er een gelikte website met teasers en worden de steden, gasten, gastheren en de filmploeg uitgebreid gefotografeerd. Naast het maken van korte webdocumentaires en aantal tv-producties worden er in Parijs en andere Europese steden events georganiseerd. Uiteindelijk wil men een tentoonstelling, een boek en een speelfilm van 92 minuten te maken.

Bijzonder aan het project is dat architecten zelf het initiatief nemen voor deze gesprekken. Geen betweterige curator of hijgerige criticus die namens een instituut de architectuurwereld op haar plek wil wijzen. Neen, twee praktiserende architecten die met eigen middelen een reis ondernemen om de stand van zaken op te nemen onder Europese collegae, het valt erg te waarderen. Door Bjarke Ingels en Julien de Smedt prominent als een van de eerste in de serie te portretteren neigt het project naar star fucking; van deze internationaal opererende architecten horen en zien wij al zo veel. Dit zijn juist niet de architecten waar dit project het van moet hebben. Relatief kleine en op nationale of regionaal functionerende bureaus zijn veel interessanter te onderzoeken en te vergelijken. De line-up met de bureau die reeds hebben toegezegd te zullen meewerken laat gelukkig veel van dit soort bureau zien.

Een noodzaak voor Project 27 is er totaal niet, maar een nieuwe vorm van een Grand Tour is onweerstaanbaar romantisch. En passant kan Project 27 een indringend beeld schetsen van wat er werkelijk leeft bij Europese architecten: voorbij naïviteit en opportunisme.

(Artikel is gepubliceerd op www.AFFR.nl )