2011-02-01Souper #21

img

Gisteren weer het eerste souper van dit jaar gehad. De architect Joost Kühne (architectenburi Kühne & Co) en (her)ontwikkelaar Michon van der Salm (CODUM) waren onze gasten. Het enthousiasme en ondernemerschap van Joost en Michon zijn aanstekelijk. Beide zijn erg gedreven om in Rotterdam non-plekken te transformeren tot verblijfplaatsen en uitgewoonde gebouwen te veranderen in creatieve hotspots. Duidelijk werd deze avond dat traditionele kennis en kunde van de architect nog steeds wordt gewaardeerd en er een nieuwe generatie ontwikkelaars opstaat die wel verstand hebben en het goed voorhebben met de stad.

Wij hebben wederom heerlijk gegeten bij restaurant Huson . Helaas ben ik wel vergeten om foto's te maken.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2010-10-26Souper #19

img

Elke souper praten wij over stedenbouw en architectuur in Rotterdam, maar wij hebben nog nooit iemand van de dienst Stedenbouw aan tafel gehad. Hier hebben wij gisteren een einde aan gemaakt. Arjen Knoester en Annette Matthiessen waren onze tafelgasten in restaurant Huson . Zij werken beide bij de dS+V van de Gemeente Rotterdam. Wij hebben het gehad over het functioneren van de dienst nu en in het verleden, aanstaande bezuinigingen bij de gemeente, de Coolsingel en Eindhoven - Rotterdam: 10 - 0.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2010-10-19Noodzaak voor echte oplossingen

img

Het centrale thema van de architectuurbiënnale in Venetië is: People meet in architecture. De tentoonstellingen in zowel het Nederlandse als het Belgische paviljoen laten zien dat niet alle gebouwen deze slogan levenslang kunnen waarmaken. Bepaalde gebouwen voldoen op een gegeven moment niet meer aan veranderende programmatische verlangens en terecht moeten wij dan ook nadenken over hergebruik. Maar gaat het bij beide tentoonstellingen wel eigenlijk om het werkelijke probleem van leegstand?

De installatie van landschapsarchitect Ronald Rietveld in Nederlandse paviljoen is prachtig. De 4.000 schaalmodellen van blauw hardschuim laten zien dat in Nederland prachtige kerken, kloosters, molens, ziekenhuizen, boerderijen, watertorens, fabrieken, vliegtuighangars, scholen en vuurtorens leegstaan. Alle maquettes zijn zorgvuldig op spankabels gezet, waardoor een ‘zwevende’ stad is ontstaan. De installatie is misschien zo fantastische omdat alleen inspirerende overheids- en publieke gebouwen worden getoond vanaf de 17e eeuw. Het statement van Rietveld om deze gebouwen tijdelijk te laten gebruiken door jonge beginnende creatieve ondernemers en of vaklieden is goed. Daarbij is het aanstekelijk dat dit nieuwe verbindingen tussen vakgebieden mogelijk maakt en het experiment bevordert. Ik ben echter wel bang dat deze strategie de echte problemen niet oplost. Commerciële kantoorpanden die de laatste dertig jaar zijn gebouwd vallen namelijk buiten de selectie. De leegstand in deze categorie gebouwen is juist het grootste probleem in de vastgoedsector. Op dit moment staat meer dan 7 miljoen vierkante meter commerciële kantoorruimte leeg en vooralsnog heeft niemand hier een oplossing voor.

Van de ongeveer 50 miljoen vierkante meter kantoorruimte in Nederland is een frictie en conjuncturele leegstand van 4 à 5% wenselijk. Deze buffer wordt nu dus ruimschoots overschreden en bij ongewijzigd beleid zal een deze overcapaciteit naar verwachting tot 2020 in stand blijven. De leegstand is niet volledig toe te schrijven aan de huidige crises. Vanaf 2005 is er al een overschot, maar de bouw van nieuwe kantoren ging toen gewoon door. Met aantrekkelijke huurkortingen werden nieuwe kantoren nog altijd afgezet. De overcapaciteit concentreert zich doordoor met name op de bestaande voorraad. Door de crises is de leegstand wel tot een ongekende hoogte gestegen. Als de economie weer aantrekt en de werkgelegenheid weer zal toenemen zal de vraag naar kantoorruimte stijgen, maar dit zal nooit tot een structurele afname leiden.

Lagere huurprijzen en het onttrekken van aanbod lijken logische om het aanbod structureel wel te laten afnemen. Dit is echter niet zo eenvoudig. De waarde waarvoor vastgoed in de boeken staat wordt mede bepaald door de mogelijke huuropbrengst. Het fors afboeken van de vastgoedportefeuille kan beleggers, investeerders en banken dan ook in de problemen brengen. Deze pijn zal door niemand in een keer worden genomen, alleen het geleidelijk afboeken op langer termijn zal een optie zijn waardoor grote leegstand voorlopig zal consolideren.

Komen wij toch weer uit bij herbestemming. Maar deze duurzame oplossing voor leegstand heeft ook nog weinig urgentie bij beleggers. Naast eventuele problemen met bestemmingsplannen is transformatie van de bestaand vastgoed risicovol en sterk afhankelijk van de locatie. De eigenaren die als eerste begint neemt het meeste risico. Als het niet lukt zijn de problemen nog groter, als het wel lukt profiteren de eigenaren van de omliggende panden onevenredig veel. Zolang er geen panden volledig leegstaan en er dus een minimale huuropbrengst kan worden geïncasseerd worden door beleggers geen kostbare investeringen gemaakt voor herbestemming.

Serieuze problemen te over en daarbij is het leegstaande commerciële vastgoed waar het om gaat vaak niet zo aantrekkelijk. Dus een tentoonstelling maken met deze gebouwen is misschien wat minder sexy. Alhoewel in het Belgische paviljoen lijken ze wel raad te weten met de interieurs van dit soort gebouwen. Nietszeggende gebouwonderdelen uit onbruikbare panden zijn op zorgvuldige wijze gered en tentoongesteld. Versleten tapijttegels, trapleuningen, drempels en lambriseringen hebben een tweede leven gekregen als minimalistisch kunstwerk. Met deze kennis kan wellicht op de volgende biënnale op een aantrekkelijke manier een onaantrekkelijk probleem aan de orde worden gesteld. Architectuur kan haar noodzaak bewijzen als oplossingen worden gegenereerd voor echte problemen.

2010-10-10Close Looking

img

Vorige week was ik enkele dagen in Venetië. Ik heb onder andere de expositie Le Arti di Piranesi bezocht in de Giorgio Cini Foundation op het eiland San Giorgio Maggiore. Op deze overzichtsexpositie is te zien dat Piranesi als architect, antiquair, archeoloog, graveur, tekenaar, vedutist en smaakmaker een bijzondere veelzijdige praktijk heeft gerund in de 18e eeuw. Aan de overkant van het water, op de architecturenbiënnale, is te zien dat tegenwoordig deze onmenselijke verzameling van ambachten niet zijn te verenigen in één enkel persoon of ontwerpbureau.

Giovanni Battista Piranesi heeft op een grondige manier Rome opgetekend, legde uiterst nauwkeurig een groot aantal monumenten vast en stelde met aanzichten en doorsneden de technische en constructieve details vast van de oude stad. Door zijn etsen van gedetailleerde stadsgezichten en gesublimeerde studies van de antieke Romeinse architectuur was Piranesi in zijn tijd al bekend bij vakgenoten en liefhebbers van het oude Rome. Mede door zijn polemische geschriften werd hij tevens als een belangrijk intellectueel gezien in het 18de-eeuwse Rome. Onder architecten zijn met name de beelden van imaginaire kerkers geliefd. Deze gravuren en etsen behoren tot een novum in de etskunst en zijn sinds de eerste publicatie in 1745 legendarisch. Tot op heden verwijzen architecten, kunstenaars en filmmakers naar deze Carceri d'Invenzione of zijn ze hier schatplichtig aan.

Op de architectuurbiënnale wordt bij mijn weten nergens direct verwezen naar Piranesi. Ook heb ik even geen ruimtelijke weergaves gezien die doen denken de kerkers van Piranesi. Dit is waarschijnlijk even uit. De werkwijze van Piranesi en zijn intense manier van verbeelden zijn wel terug te vinden bij een aantal presentaties. Zo zijn de tekeningen van het project 7 houses for 1 house van het architectenbureau De Vylder Vinck Taillie erg fascinerend. Zij hebben met een reeks minutieuze tekeningen het project op een originele wijze gepresenteerd. Het tekenwerk komt qua aandacht en toewijding dicht bij het werk van Piranesi. In zeker mate geldt dit evenzo voor het werk van Valerio Olgiati en de presentatie van Office Geers van Severen en Bas Princen die ook zijn te zien in het Arsenale. Eenvoudige en heldere tekening zijn een verademing in het geweld van renderings.



Studio Mumbai verbeeld met hun tentoonstelling Work-space het ambacht van de architect. De uitstalkasten puilen uit met exotische materialen en houten maquettes van gebouwen, de vloer staat vol met gebouwdetails op ware grootte en tafels puilen uit met houtverbindingen. Deze ruimte in het Arsenale laat de dagelijkse praktijk zien van het ontwerpen en maken van architectuur in India en geeft een inzicht in een werkwijze die wij allang niet meer kennen. De architect als traditionele bouwmeester is in deze tijd bijna vervreemdend.



Het bestuderen en optekenen van de stad vindt men terug in het Britse paviljoen . De door MUF architect samengestelde tentoonstelling laat zien hoe Venetië in de 19e eeuw werd vastgelegd door John Ruskin en de 21e eeuw door Wolfgang Scheppe. Er staat een model van vijftien vierkante meter dat het ecologisch functioneren toont van de lagune, inclusief een groot aantal opgezette vogels die hier leven. Maar ook is uiterst nauwkeurig de toeristische infrastructuur in kaart gebracht met de plekken waar illegale Senegalese straatverkopers hun waren aanbieden inclusief hun vluchtroutes als de politie hier verschijnt. Het middelpunt van het paviljoen is The Stadium of Close Looking. Een schaalmodel van 1:10 van het toekomstig Olympisch stadium in Londen. Het object is gebouwd door Venetiaanse timmerlieden en dient als een platform voor het maken van tekenen, het voeren van discussie en het presenteren van wetenschappelijk onderzoek. In The Stadium of Close Looking staat de stad in al haar facetten centraal en Venetië in het bijzonder. De uit Venetië afkomstige Piranesi zou hier vast blij mee zijn geweest.

2010-09-06Next big thing

img

Het visum voor China is binnen en ik kijk er na uit om Shanghai te bezoeken. De hele wereld gaat nog gebukt onder de hevigste economische crisis sinds tijden, maar in China beleven ze nog altijd topjaren. Shanghai profiteerde daar vooral van en steekt New York en Londen naar de kroon als financieel centrum. Van de 20 miljoen inwoners woont en werkt het merendeel in Pudung (zie foto skyline in 1995 en 2010). Dit stadsdeel op de oostelijke rivieroever staat in verbinding met de rest van de stad, regio en wereld door een ongeëvenaarde efficiënte infrastructuur. In ben erg benieuwd naar dit nieuwe economische hart van de wereld. Verder verheug ik me ook op de World Expo te zien met heel veel andere mensen. In zo'n grote stad zijn natuurlijk altijd vrienden en bekenden. Fotograaf Jannes Linders en architect/ kunstenaar Ralf Brödruck zijn er toevallig ook met een andere reis.

(foto bij artikel in NRC 28/0810: Geprivatiseerde banken blijven staatsbanken - Oscar Garschagen)