2019-12-03Souper #104

Souper #104

Eind november was er maar één enkele gast bij ons souper. Guus Beumer, directeur van Het Nieuwe Instituut, was onze disgenoot. Een vrolijke avond over het verleden, het heden en de toekomst van zijn organisatie.

Guus vertelde in geuren en kleuren hoe hij in 2015 directeur werd bij het HNI. Via de modebedrijven Orson + Bodil en SO en via de culturele instellingen Marres en NAiM/ Bureau Europa kwam hij in Rotterdam terecht. Hij vertelde waarom en hoe het HNI product én onderdeel is van een veranderde politieke werkelijkheid sinds kabinet-Rutte I. Met veel minder budget bereikt het HNI nu een breder publiek en tegelijk speelt het instituut een bemiddelende rol in een door de economie gedomineerde werkelijkheid.

Bij (een bepaalde generatie) architecten heerst er nog altijd onvrede over het verdwijnen van het NAi en zij hebben moeite met de nieuwe koers. Guus is zich bewust van kritiek. Maar gestaag voert hij een beleid uit dat is gebaseerd op brede netwerkverbanden en opereert op basis van partnerships. De tentoonstellingsmachine voor een beperkte vakgemeenschap is vervangen door door een cultureel kennisplatform ten behoeve van uiteenlopende groepen betrokkenen en belangstellenden.

Eigenlijk is dat logisch. Bij een veranderende professie hoort ook een ander instituut. Het NAi vierde de architect als persoon. Als bouwheer, als visionair of als held van zijn tijd. Hoe fijn deze traditie ook is, deze ligt voorgoed achter ons. Veel bestaande architectenbureaus zijn opzoek naar een nieuwe rol en een nieuw verdienmodel. Jonge architecten stappen bij voorbaat al met een meer open houding de praktijk in. Hun referentie is niet een bestaand architectenbureau, maar eerder een modebedrijf of designstudio.

Het HNI zoekt eveneens naar een nieuwe rol van ontwerpers voor het vormgeven van onze toekomstige samenleving. Dus ook naar de rol van een architect en stedenbouwkundige. Volgens Guus is het HNI stiekem wel nog een architectuurinstituut. Een belangrijke conclusie van het HNI weten we ook al: architecten en stedenbouwkundigen staan er niet meer alleen voor. Strategische partners en inspirerende samenwerkingsverbanden zijn essentieel in de toekomst.